| Naam en Zetel. |
| Artikel 1. |
| 1.
De vereniging draagt de naam: "Bergense
Bridge-club". |
| Zij wordt in deze
statuten verder aangeduid als "de vereniging". |
|
| 2.
Zij heeft haar zetel te Nieuw-Bergen, gemeente Bergen (Limburg). |
|
| Oprichtingsdatum,
verenigingsjaar. |
| Artikel 2. |
| De vereniging werd
opgericht op één september negentienhonderdzeventig en duurt thans voor onbe- |
| paalde tijd voort. |
| Het verenigingsjaar loopt
van één januari van een jaar tot en met éénendertig december van datzelfde |
| jaar. |
|
| Doel. |
| Artikel 3. |
| 1.
De vereniging heeft ten doel de uitoefening van het bridgespel in de meest
uitgebreide zin des |
| woords te bevorderen,
alles in overeenstemming met de regels welke de Nederlandse Bridge Bond en |
| het district waartoe de
vereniging behoort daarvoor vaststellen. |
|
| 2.
De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door: |
| a.
lid te zijn van de Nederlandse Bridge Bond; |
| b.
lid te zijn van het district, waartoe de vereniging krachtens de indeling van
de Nederlandse Bridge |
| Bond behoort; en |
| c.
het organiseren van- en het deelnemen aan wedstrijden en competities en
verder door alles te doen |
| wat voor de beoefening
van het bridgespel nuttig kan worden geacht. |
|
| Leden en Begunstigers. |
| Artikel 4. |
| 1.
De vereniging kent drie soorten leden, te weten: gewone, ereleden en leden
van verdienste, terwijl |
| de vereniging daarnaast
begunstigers kent. |
|
| 2.
Leden van de vereniging zijn natuurlijke personen, die als lid van de
vereniging zijn aangenomen |
| overeenkomstig de daartoe
bij het Huishoudelijk Reglement vast te stellen regelen. |
|
| 3.
Ereleden en leden van verdienste zijn natuurlijke personen, die zich jegens
de vereniging op bij- |
| zondere wijze hebben
onderscheiden en als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd, op |
| voordracht van het
bestuur of van één of meer leden. |
|
| 4.
Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de vereniging
financieel te steunen met een |
| door de algemene
vergadering vast te stellen minimum-bijdrage. |
|
| 5.
Begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun
bij of krachtens de |
| statuten zijn toegekend
en opgelegd. |
|
| Toelating. |
| Artikel 5. |
| 1.
Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden en begunstigers. |
|
| 2. Bij
niet-toelating tot lid of begunstiger kan de algemene vergadering alsnog tot
toelating besluiten. |
|
| Register. |
| Artikel 6. |
| Het bestuur houdt een
register, waarin de namen en de adressen van de leden, ereleden, leden van |
| verdienste en
begunstigers zijn opgenomen. |
|
| Einde van het
lidmaatschap. |
| Artikel 7. |
| 1.
Het lidmaatschap eindigt: |
| a.
door opzegging door het lid; |
| b.
door opzegging door de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid zijn
verplichtingen jegens |
| de vereniging niet
nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan
worden |
| het lidmaatschap te laten
voortduren; |
| c.
door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in
strijd met de statuten, |
| reglementen of besluiten
der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt; |
| d.
door overlijden van het lid; |
| e.
door royement door de vereniging of door de Nederlandse Bridge Bond. |
|
| 2.
Opzegging door de vereniging en ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt
door het bestuur. |
|
| 3.
Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts
geschieden tegen |
| het einde van een
verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. |
| Het lidmaatschap kan
echter onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid |
| redelijkerwijs niet
gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. |
|
| 4.
Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het
lidmaatschap eindigen op het |
| vroegst toegelaten
tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd. |
|
| 5.
Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit
waarbij de verplichtingen |
| van de leden van
geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten. |
|
| 6.
Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op
grond dat een lid zijn |
| verplichtingen jegens de
vereniging niet nakomt, alsook redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd |
| kan worden het
lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het
lidmaatschap |
| staat de betrokkene
binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep |
| open op de algemene vergadering. |
| Hij wordt daartoe ten
spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis
gesteld. |
| Gedurende de
beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien
verstande evenwel |
| dat het geschorste lid
het recht heeft zich in de algemene vergadering, waarin het in dit lid
bedoelde |
| beroep wordt behandeld,
te verantwoorden. |
|
| 7.
Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft
desniettemin de jaarlijkse |
| bijdrage voor het geheel
verschuldigd. |
|
| Einde van de rechten en
verplichtingen van begunstigers. |
| Artikel 8. |
| 1.
De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen wederzijds door
opzegging overeenkom- |
| stig de bepalingen in het
huishoudelijk reglement worden beëindigd behoudens dat de jaarlijkse |
| bijdrage over het lopende
verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd. |
|
| 2.
Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur. |
|
| Geldmiddelen - Jaarlijkse
bijdragen. |
| Artikel 9. |
| 1.
De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de
leden en de begunsti- |
| gers, inleggelden,
boetes, schenkingen en uit eventuele andere baten. |
|
| 2.
De begunstigers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse
minimum-bijdrage, die door de |
| algemene vergadering zal
worden vastgesteld. |
|
| 3.
Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke
ontheffing van de verplichting |
| tot het betalen van een
bijdrage te verlenen. |
|
| Bestuur. |
| Artikel 10. |
| 1.
Het bestuur bestaat uit ten minste drie personen, die door de algemene
vergadering worden be- |
| noemd. De benoeming
geschiedt uit de leden. De voorzitter dient in functie door de algemene
vergade- |
| ring te worden gekozen. |
|
| 2.
De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende
voordrachten, behoudens het |
| bepaalde in lid 3. |
| Tot het maken van zulk
een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als vijf of meer leden. |
| De voordracht van het
bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht |
| door vijf of meer leden
moet voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden |
| ingediend. |
|
| 3.
Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten
minste tweederde |
| van de uitgebrachte
stemmen genomen besluit van de algemene vergadering, genomen in een vergade- |
| ring waarin ten minste
tweederde van het aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is. |
|
| 4.
Is geen voordracht gemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig
het voorgaande lid |
| de opgemaakte
voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering
vrij |
| in de keus. |
|
| 5.
Indien er meer dan een bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die
voordrachten. |
|
| 6.
Om voor benoeming in aanmerking te komen moet een lid meerderjarig zijn. |
|
| Bestuursfuncties -
Besluitvorming van het bestuur. |
| Artikel 11. |
| 1.
De voorzitter wordt door de algemene ledenvergadering als zodanig gekozen. |
| De functies van
vice-voorzitter, secretaris, penningmeester en voorzitter technische
commissie worden |
| door het bestuur tussen
de benoemde bestuursleden verdeeld. Een bestuurslid kan meer dan één |
| functie bekleden. |
|
| 2.
Het bestuur kan uit zijn midden voor ieder der in het eerste lid genoemde
functionarissen een ver- |
| vanger aanwijzen. |
|
| 3.
Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen
opgemaakt, die door de |
| voorzitter en de
secretaris worden vastgesteld en ondertekend. In overeenstemming met hetgeen
de |
| wet dienaangaande
bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de
inhoud |
| van een besluit
beslissend. |
|
| 4.
Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen
van en de besluit- |
| vorming door het bestuur
worden gegeven. |
|
| Einde
bestuurslidmaatschap - periodiek aftreden - schorsing. |
| Artikel 12. |
| 1.
Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te
allen tijde door de alge- |
| mene vergadering worden
ontslagen en geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd |
| wordt door een besluit
tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn. |
|
| 2.
Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een
door het bestuur op te |
| maken rooster van
aftreding. De aftredende is herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature
wordt |
| benoemd, neemt op het
rooster de plaats van zijn voorganger in. |
|
| 3.
Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door overlijden van- en bedanken door
het bestuurslid of |
| het eindigen van zijn
lidmaatschap van de vereniging. |
|
| Bestuurstaak -
Vertegenwoordiging. |
| Artikel 13. |
| 1.
Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het
besturen van de |
| vereniging. |
|
| 2.
Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur
bevoegd. Het is echter |
| verplicht zo spoedig
mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de
open |
| plaats of de open
plaatsen aan de orde komt. |
|
| 3.
Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen
van zijn taak te doen |
| uitvoeren door commissies
of door één of meer personen die door het bestuur worden benoemd. |
|
| 4.
Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te
besluiten tot het |
| aangaan van
overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van
registergoederen en tot |
| het aangaan van
overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk
medeschuldenaar |
| verbindt, zich voor een
derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde |
| verbindt. |
| Op het ontbreken van deze
goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan. |
|
| 5.
Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging
in en buiten rechte |
| vertegenwoordigd: |
| a.
hetzij door het bestuur; |
| b.
hetzij door drie gezamenlijk handelende bestuursleden; |
| c.
hetzij door de voorzitter tezamen met één ander bestuurslid. |
|
| Jaarverslag - Rekening en
Verantwoording. |
| Artikel 14. |
| 1.
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige
aantekeningen te |
| houden dat daaruit te
allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. |
|
| 2.
Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop
van het verenigings- |
| jaar, behoudens
verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag
uit en doet, |
| onder overlegging van een
balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over |
| zijn in het afgelopen
boekjaar gevoerd beleid. |
| Na verloop van de termijn
kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur |
| vorderen. |
|
| 3.
De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden, ereleden en leden van
verdienste een kas- |
| commissie van ten minste
twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie |
| onderzoekt de rekening en
verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering |
| verslag van haar
bevindingen uit. |
|
| 4.
Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere
boekhoudkundige kennis, dan |
| kan de kascommissie zich
door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de commissie |
| alle
door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de
waarden te tonen |
| en inzage van de boeken
en bescheiden der vereniging te geven. |
|
| 5.
De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering
worden herroepen, doch |
| slechts door de benoeming
van een andere kascommissie. |
|
| 6.
Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2 tien jaren
lang te bewaren. |
|
| Algemene Vergadering. |
| Artikel 15. |
| 1.
Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die
niet door de wet |
| of de statuten aan het
bestuur zijn opgedragen. |
|
| 2.
Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een
algemene vergadering - |
| de jaarvergadering -
gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde: |
| a.
het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 14, met
het verslag van de |
| aldaar bedoelde
commissie; |
| b.
de benoeming van de in artikel 14 genoemde commissie voor het volgende
verenigingsjaar; |
| c.
voorziening in eventuele vacatures; |
| d.
voorstellen van het bestuur, de leden, de ereleden of leden van verdienste,
aangekondigd bij de op- |
| roeping voor de
vergadering. |
|
| 3.
Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit
wenselijk oordeelt. |
|
| 4.
Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek, met opgave van de te
behandelen onderwerpen van ten |
| minste een zodanig aantal
leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stem- |
| men verplicht tot het
bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan |
| vier weken. Indien aan
het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de ver- |
| zoekers zelf tot die
bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 19. |
|
| Toegang en Stemrecht. |
| Artikel 16. |
| 1.
Toegang tot de algemene vergadering hebben de leden, ereleden en leden van
verdienste van de |
| vereniging.
|
| Geen toegang hebben
geschorste leden, behoudens het bepaalde in artikel 7 lid 6 en geschorste |
| bestuursleden. |
|
| 2.
Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist het
bestuur. |
|
| 3.
Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem. |
| De bestuursleden,
ereleden en leden van verdienste zijn eveneens elk gerechtigd tot het
uitbrengen |
| van één stem. |
|
| 4.
Een lid kan slechts één ander lid schriftelijk machtigen namens hem zijn stem
uit te brengen in de |
| vergaderingen. Van deze
machtiging dient op een zodanige wijze te blijken, dat het bestuur deze vol- |
| doende acht. |
| Ieder lid kan slechts één
ander ter vergadering vertegenwoordigen. |
|
| Voorzitterschap en
Notulen. |
| Artikel 17. |
| 1.
De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging
of bij diens afwezig- |
| heid door de
vice-voorzitter. |
| Ontbreken de voorzitter
en de vice-voorzitter dan treedt één der door het bestuur aangewezen plaats- |
| vervangers als voorzitter
op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan
voorziet |
| de vergadering daarin
zelve. |
|
| 2. Van
het behandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander
door de voorzitter |
| daartoe aangewezen
persoon, notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden
vastge- |
| steld en ondertekend. |
| Zij die de vergadering
bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen |
| opmaken. De inhoud van de
notulen of van het procesverbaal wordt ter kennis van de leden gebracht. |
|
| Besluitvorming van de
algemene vergadering. |
| Artikel 18. |
| 1.
Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door
de vergadering een |
| besluit is genomen is
beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover |
| gestemd werd over een
niet schriftelijk vastgelegd voorstel. |
|
| 2.
Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van een in het eerste lid bedoeld
oordeel de juistheid |
| ervan betwist, dan vindt
een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, |
| indien de oorspronkelijke
stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aan- |
| wezige dit verlangt. Door
deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke |
| stemming. |
|
| 3.
Voorzover de statuten of de wet niets anders bepalen, worden alle besluiten
van de algemene ver- |
| gadering genomen met
volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. |
|
| 4.
Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. |
|
| 5.
Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid
heeft verkregen, heeft een |
| tweede stemming, of
ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedra- |
| gen kandidaten plaats. |
| Heeft alsdan weder
niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, |
| totdat hetzij één persoon
de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is |
| gestemd en de stemmen
staken. |
| Bij gemelde herstemmingen
(waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd |
| tussen de personen op wie
bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, |
| op wie bij die
voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. |
| Is bij die voorafgaande
stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, |
| dan wordt door loting
uitgemaakt, op wie van de personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer |
| kunnen worden
uitgebracht. |
| Ingeval bij een stemming
tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is |
| gekozen. |
|
| 6.
Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van
personen, dan is het |
| verworpen. |
|
| 7.
Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke
stemming gewenst acht |
| of één der
stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming
geschiedt bij onge- |
| tekende gesloten
briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een
stemgerechtigde |
| hoofdelijke stemming
verlangt. |
|
| 8.
Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een
vergadering bijeen, heeft, mits met |
| voorkennis van het
bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering. |
|
| 9.
Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd
zijn, kunnen geldige |
| besluiten worden genomen,
mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwer- |
| pen - dus mede een
voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding - ook al heeft geen
oproeping plaats- |
| gehad of is deze niet op
de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het op- |
| roepen
en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet
in acht |
| genomen. |
|
| Bijeenroeping algemene
vergadering. |
| Artikel 19. |
| 1.
De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De
oproeping geschiedt schrif- |
| telijk aan de adressen
van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 6. De termijn voor
de |
| oproeping bedraagt ten
minste zeven dagen. |
|
| 2.
Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd
het bepaalde in de |
| artikelen 20 en 21. |
|
| Statutenwijziging. |
| Artikel 20. |
| 1.
In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan
door een besluit van de |
| algemene vergadering,
waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten |
| zal worden voorgesteld.
De statuten zullen geen bepalingen mogen bevatten die onverenigbaar zijn met |
| statuten en reglementen
van de Nederlandse Bridge Bond, gevestigd te Utrecht en van het district
waar- |
| toe de vereniging
behoort. |
| Dit lid mag nimmer
gewijzigd worden zonder verkregen schriftelijke toestemming van de
Nederlandse |
| Bridge Bond. |
|
| 2.
Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een
voorstel tot statutenwijzi- |
| ging hebben gedaan,
moeten ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat
voorstel, |
| waarin de voorgedragen
wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de |
| leden ter inzage leggen
tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien |
| wordt een afschrift als
hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezonden. |
|
| 3.
Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste tweederde van de geldig
uitgebrachte stemmen, |
| in een vergadering waarin
ten minste tweederde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. |
| Is niet tweederde van de
leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt na die vergadering een |
| tweede vergadering
bijeengeroepen, te houden binnen vier weken na de eerste vergadering, waarin
over |
| het voorstel zoals dat in
de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoor- |
| dige of vertegenwoordigde
leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee- |
| derde van de geldig
uitgebrachte stemmen. |
|
| 4.
Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële
akte is opgemaakt. Tot het |
| doen verlijden van de
akte is ieder bestuurslid bevoegd. |
|
| Ontbinding. |
| Artikel 21. |
| 1.
De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene
vergadering. |
| Het bepaalde in de leden
1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing. |
|
| 2.
Bij ontbinding van de vereniging benoemt de algemene vergadering minstens
twee vereffenaars, die |
| gehouden zijn over hun
beleid iedere drie maanden, dat de liquidatie voortduurt, verantwoording af
te |
| leggen. |
|
| 3. Een
eventueel batig saldo zal worden aangewend voor door de algemene vergadering
te bepalen zo- |
| danige doeleinden als het
meest met het doel van de vereniging overeenstemmen. |
|
| Huishoudelijk Reglement. |
| Artikel 22. |
| 1.
De algemene vergadering kan bij Huishoudelijk Reglement nadere regels geven
omtrent het lidmaatschap, |
| introductie, het bedrag
van de jaarlijkse bijdrage, de werkzaamheden van het bestuur, de wijze van
uit- |
| oefenen van het stemrecht
en alle verdere onderwerpen waarvan de regeling haar gewenst voorkomt. |
|
| 2.
Wijziging van het Huishoudelijk Reglement kan geschieden bij besluit van de
algemene vergadering, via |
| een schriftelijk voorstel
door ten minste eenderde gedeelte van de stemgerechtigden van de vereniging,
of |
| op voorstel van het
bestuur. |
|
| 3.
Het Huishoudelijk Reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die
geen dwingend recht bevat, |
| noch met deze statuten of
met de statuten en reglementen van de Nederlandse Bridge Bond, gevestigd te |
| Utrecht en van het
district waartoe de vereniging behoort. |
| Dit lid mag nimmer
gewijzigd worden. |
|
| Opmerking: |
| Deze statuten zijn op 23
december 1993 vastgesteld bij Notaris L.P. Lommen te Gennep. Onze club werd |
| daar vertegenwoordigd
door de toenmalige bestuursleden Truus van de Ende en Elly Mulder. |
| Een kopie van de
originele notariële akte is altijd te verkrijgen bij het secretariaat van
onze club. |
|
|