Invulinstructies
voor de
Systeemkaart

Inleiding; het waarom

Uw tegenstanders er het recht toe hebben de afspraken die U met uw partner heeft gemaakt tot in details te weten. Dit leidende principe heet full-disclosure en is vastgelegd in de spelregels (o.a. in art.21, 40, en 73). Om aan het full-disclosure principe te kunnen voldoen bestaat er de alerteerregeling en de systeemkaart. De alerteerregeling geldt alleen tijdens de biedperiode. Tijdens beide spelfasen (bieden en spelen) moet de systeemkaart uitsluitsel geven over de biedafspraken en de afspraken bij het tegenspel: uitkomsten en (andere) signalen.

In Nederland is het gebruik van systeemkaarten tijdens districts- en bondswedstrijden verplicht, welke verplichting door de NBB in de artikelen 6 en 9 van het wedstrijdreglement is vastgelegd. Ook tijdens alle andere evenementen en clubwedstrijden adviseert de NBB het gebruik ervan.

Gebruikt U zo mogelijk overal waar U komt een systeemkaart. Bijna alle WL's dringen er op elke club terecht op aan. Als U een systeemkaart neerlegt hoeft de tegenstander niet alles te vragen en dat speelt wel zo rustig. Bovendien wil een tegenstander soms niet, dat U weet wat hij wil weten, dus zoekt hij het op. Hij kan uw uitkomsten rustig willen overdenken en misschien doet hij dat liever met een stuk papier voor zich.

Formaten

Deze handleiding moet U helpen bij het invullen van de systeemkaart. Er zijn twee door de NBB goedgekeurde formaten, de kleine en de grote systeemkaart. Als u weinig afspraken met uw partner heeft gemaakt, gebruikt u de kleine systeemkaart. Als uw systeem te gecompliceerd is om netjes op de kleine systeemkaart te kunnen worden aangegeven, dient U van de grote systeemkaart gebruik te maken. Dat laatste geldt altijd voor spelers in de 2e divisie of hoger (ook voor promotiewedstrijden voor die afdeling!) en als districten dat hebben voorgeschreven in hun competities, dan uiteraard ook.

Enige algemene opmerkingen:

·        ·        Vul de kaart duidelijk leesbaar in

·        ·        Het noemen van conventienamen is alleen juist als de conventie algemeen bekend is en de standaardversie wordt gespeeld. In de andere gevallen is een uitleg van de gehanteerde afspraak te prefereren, omdat anders geen full-disclosure wordt gegeven. Vermijd daarom ook het gebruik van begrippen die geen algemeen geldende betekenis hebben, en geef zoveel mogelijk aan wanneer een bieding conventioneel is, want in de praktijk is gebleken dat conventies soms een eigen leven gaan leiden. In een partnership worden aanpassingen gemaakt die feitelijk de oorspronkelijke conventie aantasten. Om voor iedereen duidelijk te houden wat een conventie inhoudt, is door de NBB in 1990 een lijst van bridgetermen en conventies gemaakt (het 'groene boekje') met een korte omschrijving. De bedoeling was dat U de conventienaam alleen op de systeemkaart mocht zetten indien deze aan de beschrijving voldeed. Helaas was het boekje eigenlijk al verouderd op het moment dat het uitkwam en het heeft nooit echt een behoorlijke status gekregen. Zo'n boekje is ook heel moeilijk te maken, omdat er zoveel verschillende conventies zijn en iedereen weer een andere variant speelt. De ontwikkeling gaat bovendien zo hard dat het boekje niet echt actueel blijft. Als u echter voor ogen houdt dat de tegenstanders er recht op hebben volledig te worden ingelicht over de eigen afspraken, kunt u in een groot aantal gevallen goed bepalen wanneer extra uitleg vereist is. Aan het eind van deze instructies staat beschreven wat de minimumvereisten van bepaalde conventies zijn onder het kopje "populaire conventies".

·        ·        Het is de bedoeling dat U de afspraken opschrijft, niet allerlei uitzonderingen. Als er b.v. heel zelden een zwakke twee met een 5-kaart wordt geopend, moet U niet vermelden dat zo'n opening met een 5+ kaart kan geschieden, want daarmee suggereert U dat een dergelijke opening normaal is. Eventueel kunt u 6+ (zelden 5) noteren.

·        ·        Een psyche is een bieding die uw partner net zo verrast als uw tegenstanders. Vandaar ook dat het meestal fout gaat. Over dergelijke biedingen valt op de systeemkaart niets te vermelden. Maar als U in bepaalde situaties regelmatig afwijkt kan uw partner daar rekening mee houden en moet het wel op de systeemkaart.

·        ·        Minimale eisen zijn i.h.a. belangrijker dan bovengrenzen; hierbij moet u geen distributiepunten vermelden.

Wat moet vermeld worden

De onder 1) t/m 10) vermelde zaken dienen minimaal vermeld te worden. Onder het kopje "populaire conventies" staat de bodembeschrijving van de conventienaam.

1) Uw namen en lidmaatschapnummer

2) Basisbiedsysteem eerst

Om de systeemkaart overzichtelijk te houden wordt doorgaans gebruik gemaakt van het noemen van het basisbiedsysteem met de daaraan toegevoegde conventies. Als U uw basisbiedsysteem vermeldt, geef dan aan wat uw basis is geweest. Biedermeier? Van Start tot Finish? Vijfkaart hoog? Te veel systeemkaarten vermelden "Acol', terwijl het paar een vijfkaart schoppen blijkt te openen. Dat is geen Acol! 'Natuurlijk' klinkt leuk, maar zegt heel weinig.

Dus: een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van uw systeem en openingsstructuur; bijv. Acol met canapé-principes, Engels-ACOL (als een 4-kaart hoog voor gaat), Van-Start-tot-Finish-ACOL, Berry-ACOL, Biedermeier (ook een Acolversie), Goren, Weens, Culbertson, Ekas, Precisie of andere meer conventionele systemen.

In dat laatste geval moet U al ernstig overwegen de grote systeemkaart te gaan gebruiken, want U heeft dan waarschijnlijk vrij veel afspraken gemaakt. Dat kan natuurlijk ook het geval zijn als U Acol speelt! Zo hoeft bijv. een opening van 1/1 op resp. een 3-kaart / niet gealerteerd te worden als dat is omdat u 5-kaarten hoog speelt, maar wel als er 1 geopend kan worden terwijl daarnaast een 6-kaart kan zitten. Zoiets moet zeker op de systeemkaart. Ook als u 1 opent (op een 3-kaart), terwijl uw -kaart langer kan zijn is het 1 -openingsbod dáárom alerteerplichtig, en moet u zo'n essentiële afwijking bij het basisbiedsysteem zeker vermelden.

3) 1-openingen

De ondergrens is belangrijker dan de bovengrens, die laatste volgt meestal wel uit de andere openingen. Als U een 11-punten hand alleen met een 5+-kaart opent moet U dat aangeven en als U met 19 of 20 punten nooit met één in een kleur kunt openen is dat ook vermeldenswaard. Daarnaast moet de minimale lengte van de kleur die U op één-hoogte biedt worden vermeld. Begrippen als "voorbereidende klaver" moet U vermijden.

De antwoorden van de partner op de opening betreffen die wanneer de tegenstander past. Met een 4-kaart harten of schoppen toch 1SA antwoorden op 1; / 1moet zeker aangegeven worden. Als op 1/1 het antwoord 2/2 forcing is dit ook vermelden. Dat geldt ook voor 1SA en 3SA forcing.

Als U jumpt om een opening aan te geven: dus als het 2-bod in de serie 1 - pas - 2 12+HCP vanaf een vierkaart belooft, dan is dat geen standaard Acol, en moet u dit vermelden.

4) De 1SA-opening

Natuurlijk de range aangeven. Als de verdeling onevenwichtig kan zijn (een singleton, renonce of 6+-kaart), moet dit ook worden aangegeven. Als er een 5-kaart / in kan zitten is dat zo belangrijk dat vermelding nodig is.

Het antwoord 2 moet worden verklaard. Stayman geeft vooral belangstelling in een 4-kaart hoog aan. Als 2 een uitgebreider systeem van vragen en antwoorden inleidt moet b.v. "Stayman-variant" of "aangepaste Stayman" worden opgeschreven. Ook transfers (Jacoby) vermelden.

Als de SA-openingen met ongedekte doubletons niet mogen is dat een afwijking van modern Acol, dus aangeven.

De tweeopeningen geven meestal minder problemen. Als 2; multi is omschrijven welke mogelijkheden er zijn. M.F. (manche-forcing) en S.F. (semi-forcing) aangeven. Als de zwakke twee op boer-zesde mag worden geboden dient dat zeker verteld te worden. Ook afwijkingen met 5- of 7-kaarten op de kaart zetten.

Natuurlijk bij de antwoorden conventles als Niemeijer of Albarran opnemen als deze gespeeld worden (met enige uitleg als daar ruimte voor is).

Onder overige openingen komen meestal alleen de preëmptives aan bod. Veel te vermelden is er niet. Maar als 3 /3 constructief is, b.v. tenminste HV-zevende belooft, behoort U dat uw tegenstanders te vertellen (dus op te schrijven). En als de 3SA-opening ook met AHV-zevende in de hoge kleuren kan geldt dat ook. Het is dus niet nodig elke opening te noemen, alleen bij bijzonderheden is melding voorgeschreven. Ditzelfde geldt voor de antwoorden. Vaak zal "normale preëmptives" genoeg zijn.

5) SIamconventIes

Het zal U niet verbazen: de gemaakte afspraken moeten ook hier vermeld worden. Splinterbiedingen, cuebids, de gebruikte variant van Blackwood, evt. Gerber, of azen vragen met 4 met al of niet gestroomlijnd heren vragen, de grand-slamforce 5SA, Dopi-Ropi.

6) Na tussenbiedingen

Vermeldenswaardige zaken:

Het negatief doublet en tot welk niveau het gespeeld wordt. Als het niet in alle situaties gespeeld wordt: b.v. 1 -1 -Dbl is straf omdat 1 normaal geboden kan worden, dat zeker aangeven. Ook als een doublet in deze situatie tenminste 4-4 in / belooft.

Als de heropeningspositie 1 -1 - pas - pas - ? absoluut forcing is, dit vermelden.

Truscott of versies daarvan; Lebensohl na de 1SA-opening.

Als nieuwe kleuren op twee niveau niet forcing zijn: 1 -1 -2 (maar zeker ook 2).

De betekenis van het redoublet, vooral in relatie met het al of niet forcing zijn van een bod op twee-hoogte.

Maar b.v. ook het mogelijke psyche-karakter van 1 /1 na een informatiedoublet van een tegenstander (als de partner het weet en er dus rekening mee houdt heeft de tegenpartij er ook recht op het te weten).

7) Volgbiedingen

De betekenis van sprongvolgbiedingen: intermediates, preëmptieve, sterkte.

De benaming Ghestem gebruikt voor 2-kleuren spellen houdt In: 2SA de laagste twee, 3 de hoogste twee en het cuebid voor de uiterste twee; daarvan mag alleen afgeweken worden als de systeemkaart dat vermeldt. Als b.v. 1 na een sterke 1 -opening met een heel matig spel en geen reële schoppenkleur kan worden geboden, moet dat worden aangegeven.

Als het informatiedoublet op H10xx x Axxx B10xx (op een 1-opening) kan, is dat vermeldenswaard (de omschrijving is dan: heel licht met juiste distributie b.v.). Als strenge eisen aan de niet geboden (hoge) kleuren worden gesteld (in lengte) idem. Als elke gezonde opening een informatiedoublet is, wil de tegenstander dat ook weten. Ook de situaties omschrijven waarin bepaalde (conventionele) volgbiedingen worden toegepast.

Natuurlijk moet elke gehanteerde conventie vermeld worden, het liefst met een korte uitleg. Niet iedereen beheerst Kelsey of Aspro. Indien het doublet en de 1SA in de vierde hand na één in een kleur pas - pas een andere betekenis krijgen is dit de plaats om dat te melden, eventueel verwijzend naar "overige conventies". Over de verdediging na preëmptieve openingen is het goed te melden wanneer het doublet voor straf is. Als een bod het karakter van een informatiedoublet krijgt geldt dat ook; lower minor niet vergeten.

8) Overige conventies

Waarschijnlijk zult U hier weinig meer te melden hebben. Als dat niet zo is lijkt het verstandig de grote systeemkaart te gaan gebruiken. De vierde kleur, long-short suit trials, het hoogste niveau voor het teruggekaatste doublet, eventuele competitive doubles en nog andere doubletten. Maar ook Uw eigen vinding zou hier terecht kunnen

9) Uitkomsten

Ruimte voor een omschrijving van de algemene benadering: hoe lager hoe beter, vierde van boven, derde/vijfde van boven; hoogste van een serie, Rusinov, enz.

Eronder staan een aantal gevallen genoemd waarbij u gevraagd wordt de uitkomst aan te geven.

Opnieuw geldt dat uw tegenstanders er recht op hebben die informatie te krijgen! Het is zelden, eigenlijk nooit, goed om niets aan te geven, omdat met de partner dat soort afspraken niet gemaakt zijn. Zelfs als dat zo is, heeft U toch gewoontes ontwikkeld en daar houdt uw partner rekening mee, dus behoort de tegenpartij dat ook te weten. Let op dat voor kleurcontracten afgeweken kan worden (ook In notatie) van SA-contracten.

Als de uitkomst in een geboden kleur van de partner anders is dan in een niet geboden kleur, dan meedelen.

10) Signalen

Ook hier onderscheid tussen kleur en SA. Als dat niet aanwezig is heeft U meer ruimte voor het invullen. In het algemeen is het voldoende aan te geven dat b.v. hoog afwijzend is, de conclusie llgt voor de hand. Datzelfde geldt voor hoog-laag is even. Hieronder twee voorbeelden voor het Invullen van dit onderdeel:

VOORBEELD 1

 

Kleur

SA

Voorspelen partner

hoog:aanmoedigend

Voorspelen leider

hoog-laag: even

bij niet bekennen

Hoog:aanmoedigend

rev.discards

VOORBEELD 2

 

Kleur

SA

Voorspelen partner

Romeins: oneven=aan, even=lavinthal

Voorspelen leider

laag-hoog: even

bij niet bekennen

Lavinthal

 

Als bij een kleurenspel een andere afspraak geldt dan bij SA is het goed een scheiding aan te brengen (zie voorbeeld 1 bij niet bekennen).

Als Lavinthal alleen in bijzondere gevallen gespeeld wordt moet dat niet in het schema vermeld worden maar eronder bij "bijzondere signalen". Dus alleen in het schema wanneer het een normaal signaal in het tegenspel is.

Daarmee is de systeemkaart ingevuld. Als het goed is heeft het wel even tijd gekost en misschien heeft U sommige afspraken weer eens doorgenomen met uw partner! Dan heeft deze invuloefening ook nog bijgedragen aan uw spelpeil! Als U met sommige onderdelen nog moeite heeft vraagt U het dan eens aan een meer ervaren speler of aan de wedstrijdleider. Dat geldt b.v. voor het onderdeel signalen. Het is overdreven te veronderstellen dat U door het invullen van een systeemkaart beter gaat bridgen, maar het bridgeplezier kan er wel mee vergroot worden, want U mag van uw tegenstanders dezelfde en even zorgvuldig ingevulde kaart verwachten.

Populaire conventies; de minimale vereisten

Voor uw gemak bij het invullen van een systeemkaart volgt hier een aantal populaire en dus momenteel veel gebruikte conventies met de bijbehorende omschrijving. Uiteraard blijven afwijkingen geoorloofd, mits ze blijven binnen de grenzen van de regeling toegelaten systemen en afspraken. U mag als U de conventie verandert de oorspronkelijke naam van de conventie niet meer verbinden aan uw afspraken!

Een voorbeeld: het is toegestaan om 2 te openen met een vijfkaart harten en een driekaart klaveren of ruiten, echter U mag dan niet de naam 'Muiderberg' op uw systeemkaart zetten. Als U toch met een 5-3 opent en 'Muiderberg' op de systeemkaart hebt staan, zal een arbiter ervan uit gaan dat de 5-3 verdeling de afspraak is. U geeft in dat geval dus onjuiste informatie aan uw tegenstanders. Voor alle duidelijkheid: het aanbieden van uw systeemkaart betekent niet dat U niet meer hoeft te alerteren en ook niet dat U een vraag kunt beantwoorden met verwijzing naar de systeemkaart. Alerteren en vragen beantwoorden blijft verplicht volgens de huidige alerteerregeling en de Spelregels. Verder is uw tegenstander niet verplicht alle conventies te kennen. U moet dus altijd een complete uitleg van de conventie aan uw tegenstander geven. Bedenk ook dat U niet alleen de conventie speelt, maar ook een eigen interpretatie kunt hebben gegeven die U bij navraag moet kunnen uitleggen. U speelt bijvoorbeeld het negatieve doublet tot en met 2. In...

 

West

Noord

Oost

Zuid

-

1

2

2

 

.... betekent 2 nu bij sommige paren 8-11 punten met een vijfkaart, maar bij andere paren is 2 forcing. De andere soort handen zit bij beide groepen in het negatief doublet. Als iemand een negatief doublet geeft, wil een tegenstander graag weten welke handen daarmee aangegeven kunnen worden. Dat staat nooit op de systeemkaart, maar de tegenstander kan het vragen en moet dan de correcte uitleg horen.

Hier volgen dan de conventies:

****Ghestem****

Een verdediging met ten minste twee vijfkaarten in de tweede hand (eventueel ook in de vierde) tegen een openingsbod van één in een kleur. Hierbij toont:

- 2SA: vijfkaarten in de twee laagst overgebleven kleuren

- 3: vijfkaarten in de twee hoogst overgebleven kleuren

- een bod op tweeniveau in de openingskleur: vijfkaarten in de twee uiterste overgebleven.

****Muiderberg****

Een 2 - of 2 -opening. Belooft precies een vijfkaart in de geopende kleur, minimaal een vierkaart in klaveren of ruiten en 6-11 punten. De partner kan met 2SA de lage kleur opvragen. De openaar geeft vervolgens met 3 of 3 de lage kleur aan.

*** Multi-coloured 2-opening***

Een 2 -opening met meer dan een betekenis. Daartoe behoort in elk geval een zwakke twee in harten of schoppen: 6-10 punten met een zeskaart (een vijfkaart mag dus alleen als het expliciet op de systeemkaart staat!). Daarnaast kan de 2 -opening nog een of meer van de volgende betekenissen hebben:

- een opening gebaseerd speelslagen met of als troef ( of is ook toegestaan)

- een sterke sans-atouthand (18 punten of meer)

- een driekleurenspel (16 punten of meer).

De antwoordende hand gaat er in eerste instantie van uit dat de openingsbieder een zwakke twee heeft. Hij geeft een relay met 2 , of 2 (met een hand die manche mogelijkheden in harten heeft maar in schoppen ontkent), of 2SA (met een sterke hand).

De herbieding van de openingsbieder geeft uitsluitsel over het type hand. Met een zwakke twee in de genoemde kleur zal hij passen op partners antwoord van 2 of 2.

Uit de systeemkaart dient te blijken welke mogelijke betekenissen voor de multi-coloured 2 zijn overeengekomen. Als daar een sterke sans-atouthand toe behoort, dienen de onder- en bovengrens van het puntenaantal op de systeemkaart te zijn aangegeven.

****Multi-Landy****

Een verdediging tegen een 1SA-opening van de tegenpartij. Daarbij is het volgbod 2 gelijk aan Landy: ten minste vierkaarten in harten en schoppen. Het 2-volgbod geeft een éénkleurenspel in harten of schoppen aan (gewoonlijk een zeskaart, een vijfkaart is mogelijk). Het volgbod van 2 of 2 geeft een tweekleurenspel aan: een vijfkaart in de geboden kleur met daarbij minimaal een vierkaart in klaveren of ruiten (met 2SA kan naar de lage kleur worden geïnformeerd).

****Trials****

Trials ('probeerbiedingen') worden toegepast na een enkelvoudige verhoging van een opening in een hoge kleur:

 

West

Noord

Oost

Zuid

1

Pas

2

Pas

3

 

 

 

 

3 is een trial. Er zijn drie soorten: help-suit ('helpkleur'), lange kleur en korte kleur trials. Wanneer de openaar manche mogelijkheden ziet tegenover elke maximale verhoging en tegenover een geschikte minimale verhoging toont hij dat door een tweede bod in een kleur lager dan de openingskleur te bieden. Bij een help-suit trial geeft hij daarmee een zwakke kleur aan: drie- of vierkaart; bij een lange kleur trial geeft hij daarmee de kleur aan waarin hij lengte en enige kracht bezit; bij een korte kleur trial biedt hij de kortste kleur (maximaal een doubleton). Aan de hand van de door het trialbod overgebrachte informatie biedt de antwoordende hand daarop al dan niet de manche in de overeengekomen troefkleur.

****DONT****

Een verdediging in de 2e en 4e -hand tegen een 1SA-opening van de tegenpartij. 'Doublet' geeft een lange kleur aan, minimaal een vijfkaart. Volgbiedingen op tweeniveau geven twee kleuren aan, beide minimaal een vierkaart. Het 2-volgbod geeft klaveren en een andere kleur aan, 2 ruiten met een hoge kleur en 2 een tweekleurenspel in harten en schoppen. 2 geeft minimaal een vijfkaart schoppen aan. Eerst doubleren en na partners reactie 2 bieden geeft een sterkere hand aan dan meteen 2 bieden.

**Gardener 1SA-volgbod**

Na een opening van één-in-een-kleur van de tegenpartij heeft het Gardener 1SA-volgbod twee betekenissen: of een sans-atout hand met 15/16-18 punten of een zwakke hand met een lange kleur, ten minste een zeskaart. De partner van de 1SA-bieder kan met 2 informatie vragen. De 1SA-bieder geeft daarop met 2SA de sansatout hand aan. Met de zwakke hand biedt hi] zijn lange kleur op het laagst mogelijke niveau (dat houdt in dat hij past op 2 als klaveren zijn kleur is). De partner van de 1SA-bieder kan ook passen of in plaats van 2 een andere kleur bieden. Dat laatste toont een lange kleur; zo'n bod is bedoeld als eindcontract.

****Walsh****

Deze conventie houdt in dat U na een 1-opening van partner met zwakke handen de voorkeur geeft aan een antwoord in de laagst biedbare hoge kleur. U slaat het 1-bod over, ook al hebt U een vier-, vijf- of zelfs zeskaart ruiten. Met sterkere handen waarmee in tweede instantie door de antwoordende hand een reversebod gegeven kan worden, wordt de ruitenkleur niet overgeslagen, omdat de hoge kleur in de tweede biedronde geboden kan worden.

***Blackwood en Roman Key Card Blackwood (RKC)***

Met 4SA verzoekt U partner het aantal azen in zijn hand aan te geven. Een renonce telt niet als aas. De volgende antwoordenschema's zijn mogelijk:

 

Blackwood 'klassiek'

'aangepast'

RKC

 

Aantal azen

Aantal azen

Aantal sleutelkaarten

5

0 of 4

0 of 3

0 of 3

5

1

1 of 4

1 of 4

5

2

2

2 of 5 zonder troefvrouw

5

3

2 + 'extra' (troefheer)

2 of 5 met troefvrouw

Het vermelden van 'Blackwood' op de systeemkaart geeft aan dat men de klassieke variant hanteert. De aangepaste variant kunt U aangeven met 'Blackwood 30/41'. RKC is een variant op Blackwood. De azen en troefheer worden nu als sleutelkaart geteld. Partner geeft, als hij twee sleutelkaarten bezit, ook het bezit van troefvrouw aan. Bij RKC kunt U met 5SA en hogere antwoorden een renonce aangeven.

***Stayman***

Een onderzoek met een 2-bod door de partner van de 1SA-openingsbieder naar de aanwezigheid van (een) hoge vierkaart(en). Bij Stayman garandeert de 2-bieder minimaal één vierkaart hoge kleur. De antwoorden:

 

2: geen hoge vierkaart

2: vierkaart harten, eventueel ook vierkaart schoppen

2: vierkaart schoppen, geen vierkaart harten

Een variant is dat men met 2SA beide hoge kleuren aangeeft.

**** Stayman-relay****

In deze variant garandeert het 2-bod geen vierkaart hoog. Het kan namelijk gedaan worden om:

- na openaars antwoord met 2SA (limiet) te vervolgen; zo'n 'omweg' via 2 is nodig als het directe 2SA antwoord een conventionele betekenis heeft;

- na openaars antwoord met een natuurlijk 3- of 3- bod te vervolgen; zo kan een zwakke hand met een lange kleur (ten minste zeskaart) aangegeven worden;

- om na openaars antwoord met een conventioneel 3 - of 3 - bod te vervolgen.

** Check Back Stayman**

Na een herbieding van 1SA door de openaar biedt de antwoordende hand conventioneel 2, een vraag om meer informatie. De openaar kan nu een nog niet getoonde vierkaart hoge kleur melden of een driekaart in een hoge, door de antwoorder geboden kleur

****Journalist****

Een heel complex van uitkomst afspraken. Als men tegen sans-atoutcontracten uitkomt met een tien belooft dit een honneur hoger dan de boer, terwijl de uitkomst met een boer een hogere honneur ontkent. De belofte geldt niet bij uitkomst in een door partner geboden kleur en van 10x wordt met de tien uitgekomen.

**** Inverted minor****

In antwoord op een natuurlijke 1 of 1-opening toont 2 of 2 een goede hand en heeft 3 of 3 een preëmptief karakter. De precieze kracht van de verhoging is afhankelijk van de afspraken tussen de partners en dient op de systeemkaart vermeld te worden. Zo'n verhoging ontkent een vierkaart hoge kleur. Is de 1/1 - opening mogelijk op een driekaart gebaseerd, dan geeft het antwoord van 3/3 een vijfkaart aan. Of inverted minor na een informatiedoublet of een volgbod van tegenstanders nog van kracht is, is een kwestie van afspraak tussen partners en moet apart worden vermeld.

 

 


Laatst bijgewerkt op: 25 november 2007